NOS Nieuws•
De gemeente Amsterdam gaat 2000 noodpakketten uitdelen aan huishoudens met lage inkomens. Dat schrijven burgemeester Halsema en wethouder Groot Wassink in een brief aan de gemeenteraad. Het besluit gaat in tegen het advies van de Vereniging voor Nederlandse Gemeenten, die het uitdelen van noodpakketten aan minima in december nog afraadde.
De koepelorganisatie vindt dat gemeenten terughoudend moeten zijn met het opzetten van lokale initiatieven en de landelijke aanpak moesten afwachten. Maar Halsema en Groot Wassink schrijven dat er voorlopig geen extra middelen lijken te komen vanuit het rijk om minima te voorzien van noodpakketten, ondanks de aanbevelingen van de VNG.
Via de Voedselbank
De noodpakketten “worden betaald uit incidenteel geld uit het armoedebudget”, staat in de brief. Er is niet genoeg geld om meer huishoudens te steunen.
De pakketten zijn door het Rode Kruis samengesteld voor noodsituaties als langdurige stroomuitval of overstromingen en bevatten onder meer een noodradio, EHBO-set en fluitje. Ze worden deze zomer uitgedeeld door de voedselbank, tegelijk met de wekelijkse voedseluitgifte.
Niet haalbaar
Aanleiding voor de beslissing waren schriftelijke vragen van de Amsterdamse Denk-fractievoorzitter Sheher Khan. Hij vroeg het gemeentebestuur of de verwachting dat burgers zelfredzaam zijn in een noodsituatie wel realistisch is, aangezien meer dan de helft van de Nederlanders nog geen noodpakket in huis heeft.
Met name voor mensen uit kwetsbare wijken en huishoudens met een laag inkomen is het de vraag of het haalbaar is een noodpakket aan te schaffen, volgens Khan. Halsema en Groot Wassink schrijven dat de cijfers “geen afwijkend beeld” laten zien voor “buitenwijken of huishoudens met een laag inkomen”. Wel zegt het college de zorg te delen dat kosten een reden kunnen zijn om geen noodpakket aan te schaffen.
Op dit moment heeft zo’n 56 procent van de Amsterdammers een volledig of gedeeltelijk noodpakket in huis, blijkt uit recent onderzoek van de Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland. Vorig jaar was dat 22 en 33 procent. In de regio als geheel ligt het percentage op 61 procent.

