NOS Nieuws•
Burgemeester Halsema van Amsterdam heeft de regering opgeroepen om excuses te maken aan de Molukse KNIL-militairen en hun families. Dat deed ze tijdens een herdenking op de Javakade in het Oostelijk Havengebied, waar vandaag 75 jaar geleden het schip New Australia aankwam met aan boord ruim duizend militairen en hun gezinnen.
De beroepsmilitairen hadden in dienst van het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL) gevochten in de dekolonisatieoorlog tegen Indonesië, van 1945 tot 1949. De mannen en hun gezinnen zouden hier maar een paar maanden blijven, maar dat pakte anders uit en de meesten gingen nooit meer terug.
Door hun rol in de oorlog werden de soldaten in Indonesië als collaborateurs gezien. Terugkeer naar de Zuid-Molukken was daardoor een groot risico.
Molukkers riepen op 25 april 1950 de Republiek der Zuid-Molukken (RMS) uit, maar Indonesië maakte daar een einde aan. Omdat de KNIL-soldaten en hun families daar niet langer veilig waren, zag de Nederlandse regering geen andere optie dan hen tijdelijk naar Nederland te halen, terwijl veel Molukkers rekenden op Nederlandse steun voor een onafhankelijke Molukse staat.
Hoewel de maatschappelijke erkenning langzaam groeit, heeft Nederland nog altijd een schuld in te lossen en excuus te maken.
Voor Molukkers in Nederland volgde een geïsoleerd leven vol heimwee, aldus Halsema. “Nederland blijft voor veel Molukkers een ongewenste halte op weg naar huis. Of het nou in de woonoorden is of later in de Molukse wijk: altijd staat er een reiskist klaar voor de terugreis.”
De pijn van de uitblijvende terugkeer werkt door in de volgende generaties, zegt ze. “Met als triest dieptepunt de escalatie in de jaren 70.”
Al eerder excuses
Midden jaren 70 ging een groep Molukse jongeren na jaren van protest over tot gewelddadige acties. Ze kaapten in 1975 een trein bij Wijster en in 1977 een trein bij De Punt en gijzelden toen ook leerlingen en leraren op een basisschool in Bovensmilde.
Onder leiding van minister van Justitie Dries van Agt maakte het leger in 1977 een einde aan de gijzeling op de basisschool in Bovensmilde en de treinkaping bij De Punt. Daarbij kwamen zes kapers en twee gegijzelden om het leven.
Met de gijzelingsacties wilden de Molukse jongeren de Nederlandse regering dwingen actie te ondernemen voor de vorming van een Zuid-Molukse staat.
Eerder had de inmiddels overleden Van Agt al bij de koning aangedrongen op excuses aan Molukkers in Nederland voor de manier waarop zij door de Nederlandse regering zijn behandeld.
Halsema zegt dat er lang onvoldoende aandacht is geweest voor het Molukse verdriet en de pijnlijke rol die de Nederlandse staat hierin speelde. “Hoewel de maatschappelijke erkenning langzaam groeit, heeft Nederland nog altijd een schuld in te lossen en excuses te maken.”
Ze zegt dat de regering een betekenisvolle gebaar kan maken, “zeker nu Molukkers uit de eerste generatie nog onder ons zijn en dit kunnen ontvangen”.
Volgens Halsema heeft Nederland “nog altijd een schuld in te lossen” ten opzichte van deze mensen. Ze werden “zo kil als het Nederlandse weer” ontvangen en bij aankomst direct gedemobiliseerd.
Op de Javakade komt een tijdelijk monument, een zuil met de namen van de elf schepen waarmee de Molukkers destijds naar Nederland kwamen. Op het Marineterrein werd vanochtend al een monument onthuld voor veertien Molukse marinemensen. Zij bleven na de opheffing van het KNIL in 1950 in dienst bij de Koninklijke Marine en werden vanaf 1951 in Amsterdam gestationeerd.
In deze video zie je meer over de geschiedenis van Molukkers in Nederland:

Molukkers 75 jaar in Nederland: ‘De ontheemding zit diep’

