NOS Nieuws
In Nepal is een dag van nationale rouw gehouden, bijna twee weken na de verwoestende overstroming in het grensgebied met Tibet. Vlaggen van overheidsgebouwen hingen halfstok en families hadden de gelegenheid om laatste rituelen voor overleden dierbaren uit te voeren.
In de hoofdstad Kathmandu werden op meerdere plekken waken gehouden, waarbij kaarsjes werden aangestoken om de slachtoffers te herdenken.
Bij de natuurramp op 26 augustus kwamen zeker 1300 mensen om het leven in Nepal en Tibet. Er zijn nog zo’n 5000 vermisten, onder wie veel buitenlanders. In het getroffen gebied worden ook twee Nederlandse toeristen vermist.
Op verschillende plekken in Nepal werd stilgestaan bij de ramp:
In het voornamelijk hindoeïstische Nepal zijn intensieve rouwperiodes van dertien dagen gebruikelijk. Naaste gezinsleden blijven in die periode thuis en worden bezocht door andere familieleden. Op de laatste dag worden rituelen voor de ziel van de overledene uitgevoerd, die bestaan uit onder meer gebeden en een maaltijd met de gemeenschap.
De afgelopen dagen vonden al veel crematies plaats. Omdat veel nabestaanden door de ramp niet over het lichaam van hun dierbare beschikken, worden poppen van klei gemaakt om te cremeren.
Protesten
In Nepal groeit ondertussen de kritiek op de organisatie en het tempo van het reddingswerk.
In Kathmandu vonden vandaag protesten plaats bij het kantoor van premier Shah en verschillende ministeries. Families van vermisten vinden dat de regering niet genoeg doet om mogelijke overlevenden te redden bij twaalf getroffen waterkrachtcentrales en centrales in aanbouw.
Er worden ongeveer 900 mensen vermist die bij de centrales aan het werk waren op het moment van de overstroming. Naar schatting van de autoriteiten zitten zo’n 500 van hen vast in tunnels die deel uitmaken van de waterkrachtprojecten.
Gespecialiseerde reddingswerkers uit India, China, Zuid-Korea en de Verenigde Staten zijn naar hen op zoek.
‘Hopen op een wonder’
Die hulp is daar veel te laat gearriveerd, betoogt Sumana Shrestha, wier 55-jarige echtgenoot als geoloog in dienst was bij de waterkrachtcentrale bij de rivier Trishuli. Hij werkte voor het projectbureau van de centrale, gehuisvest in een gebouw van twee verdiepingen dat volledig bedolven werd onder modder en puin.
“We staan hier omdat we nog niets gehoord hebben over een reddingsactie bij het projectbureau, en het is al dag dertien na de ramp”, zegt ze tegen persbureau AP. “Het enige wat we tot nu toe hebben kunnen doen is bidden tot God en hopen op een wonder.”
Afgelopen vrijdag werden twee Nepalese medewerkers van de bewuste waterkrachtcentrale gered. Een van de geredde mannen vertelde toen dat meer arbeiders nog in leven waren. Een dag later werd een Chinese man door reddingswerkers levend uit een andere tunnel bij de centrale gehaald.











