NOS Nieuws•
Kledinggigant Shein heeft toestemming gekregen om in Hongkong naar de beurs te gaan. Dat blijkt uit een publicatie van de Chinese toezichthouder CSRC. Een ingewijde meldt aan persbureau Reuters dat de beursgang mogelijk al in september of oktober is. Eerdere pogingen om naar de beurs te gaan in Londen en New York mislukten.
Met de beoogde beursgang in Hongkong wil Shein miljarden ophalen. De beurswaarde van het bedrijf zou ergens tussen 40 en 50 miljard dollar liggen. Daarmee zou het meer waard zijn dan H&M, maar een stuk minder dan Inditex (o.a. Zara) en het Chinese PDD Holdings (Temu). In 2022 had Shein naar schatting nog een beurswaarde van 100 miljard dollar.
Shein is een van de grootste kledingbedrijven ter wereld. Het van oorsprong Chinese ultrafastfashionplatform werd in 2012 opgericht en doet al een paar jaar verwoede pogingen om naar de beurs te gaan.
Weerstand
In eerste instantie wilde het bedrijf een notering op Wall Street. Eind 2023 diende het daarvoor de stukken in, maar al snel stuitte Shein op weerstand van de Amerikaanse politiek. Tientallen Republikeinse en Democratische Congresleden eisten dat de Amerikaanse beursautoriteit onderzoek deed naar oneerlijke concurrentie en dwangarbeid in de productieketen van het bedrijf.
Een halfjaar later probeerde Shein het in Londen. Ondanks kritiek van politici en ngo’s leek een beursgang daar wel te lukken: de plannen werden goedgekeurd door de Britse beurswaakhond. Toch kon de bel uiteindelijk niet worden geluid. Shein kreeg geen toestemming van de Chinese financiële toezichthouder CSRC.
De CSRC heeft de mogelijkheid om de beursgang van Chinese bedrijven tegen te houden als die Chinese belangen kan schaden. De regel geldt ook bij een beursgang in het buitenland. Shein verhuisde zijn hoofdkantoor in 2022 naar Singapore, maar heeft nog altijd met Peking te maken omdat vrijwel alles wat op het platform te koop is in China wordt geproduceerd.
Miljoenenboetes
Voor een beursgang in Hongkong is er nu wel groen licht van Peking. Maar de waardering van het bedrijf heeft ondertussen te lijden gehad onder geopolitiek en schandalen.
Door de handelsoorlog tussen de Verenigde Staten en China wist Shein in de VS minder te verkopen. Amerikaanse consumenten moeten inmiddels belasting betalen als ze een pakketje uit China laten komen. In Europa moeten consumenten sinds kort 3 euro extra betalen voor goedkope pakketjes uit China, zoals die van Shein.
De Europese Commissie is een formeel onderzoek gestart naar Shein, omdat het bedrijf niet aan de voorwaarden van de Digital Services Act zou voldoen. Er zouden illegale producten worden verkocht en de app van het e-commercebedrijf zou opzettelijk verslavend zijn. In Frankrijk en Italië legden toezichthouders om uiteenlopende redenen al miljoenenboetes aan het bedrijf op.












