NOS Nieuws•
Drie verdachten die tot ruim 15 jaar cel waren veroordeeld voor betrokkenheid bij de moord op de Franse leraar Samuel Paty in 2020 hebben in hoger beroep lagere straffen gekregen.
Een van hen was volgens het speciaal gerechtshof in Parijs verantwoordelijk voor een online haatcampagne die leidde tot de moord. De andere twee hielpen de dader bij het verkrijgen van wapens en reden hem naar de plaats delict.
Samuel Paty had in oktober 2020 spotprenten van de profeet Mohammed laten zien aan zijn leerlingen, als onderdeel van een les over vrijheid van meningsuiting en godslastering. Abdoullakh Anzarov, een 18-jarige van Russisch-Tsjetsjeense afkomst, hoorde daarvan op sociale media. Hij wachtte Paty op bij zijn school ten noordwesten van Parijs en onthoofdde hem op straat. Anzarov werd daarna doodgeschoten door de politie.
Haatdragende videoboodschappen
Het politieonderzoek leidde naar een aantal medeplichtigen. Een van hen is de vader van een van de leerlingen aan wie Paty de spotprenten had laten zien, Brahim C. Hij had voor de moord samen met een imam, Abdelhakim S., haatdragende videoboodschappen verspreid op sociale media.
Daarin werden de naam van de leraar en het adres van de school genoemd. De rechtbank veroordeelde C. eind 2024 tot dertien jaar cel. Dat is in hoger beroep nu teruggebracht tot tien jaar. De straf van imam S., vijf jaar cel, liet het hof in stand.
Twee vrienden van de Tsjetsjeense dader, Naïm B. en Azim E., hadden in eerste instantie ook lange celstraffen gekregen. Ze waren beiden tot zestien jaar veroordeeld, maar zagen die straf vandaag teruggebracht tot respectievelijk zes en zeven jaar.
De rechtbank achtte hen in 2024 medeplichtig aan moord, maar het hof denkt daar anders over en heeft de twee nu alleen veroordeeld voor deelname aan een criminele organisatie, zonder terroristisch oogmerk. De twee wisten mogelijk niet wat Anzarov precies van plan was.
Het Openbaar Ministerie had in het hoger beroep zestien tot twintig jaar gevangenisstraf geëist voor de vier verdachten. De familie van Samuel Paty had voor de behandeling van de zaak door het hof de wens uitgesproken dat “het vonnis in eerste aanleg zou worden bevestigd”.












