NOS Nieuws•
Vrouwen die bij hun borstkankerbehandeling een borstreconstructie met een siliconen implantaat hebben ondergaan, hebben geen verhoogd risico op auto-immuunziekten of reumatische aandoeningen. Dat blijkt uit een groot Nederlands onderzoek onder ruim 12.000 vrouwen.
Het onderzoek werd gedaan met gegevens van zes ziekenhuizen onder leiding van het Antoni van Leeuwenhoek (AVL) en is gisteren gepubliceerd in het medische tijdschrift Journal of the National Cancer Institute.
“Veel vrouwen met borstkanker die een borstreconstructie zouden willen, twijfelen uit angst dat zij door de siliconen implantaten ziek zouden kunnen worden”, zegt arts-onderzoeker Jonathan Spoor. “Voor hen zijn de nieuwe resultaten geruststellend, net als voor de vrouwen die al zo’n implantaat hebben.”
Controverse over veiligheid
In Nederland hebben naar schatting ruim 200.000 vrouwen tussen de 20 en 70 jaar borstimplantaten. Volgens de landelijke registratie kreeg ongeveer een kwart van hen zo’n implantaat bij een borstreconstructie na een amputatie vanwege borstkanker of een erfelijke aanleg daarvoor.
Vorig jaar lieten onderzoekers onder leiding van het AVL al zien dat deze groep vrouwen geen verhoogd risico heeft op gezondheidsklachten die in verband worden gebracht met Breast Implant Illness, zoals vermoeidheid, spier- en gewrichtspijn, geheugenproblemen, slaapstoornissen en somberheid.
“Al zo lang als er borstimplantaten worden gebruikt, sinds de jaren 60, zijn er verhalen dat ze niet veilig zijn”, zegt onderzoeker Spoor. In 2008 werd bekend dat vrouwen met siliconen borstimplantaten inderdaad een verhoogd risico hebben om een zeldzame vorm van lymfklierkanker te krijgen, maar het risico hierop is volgens onderzoekers heel klein.
Goede vergelijking maken
Aanleiding voor het nieuwe onderzoek waren studies van de laatste twintig jaar, waarvan sommige een verhoogd risico leken aan te tonen op auto-immuunziekten en reumatische aandoeningen. Dat zijn bijvoorbeeld reumatoïde artritis en lupus, waarbij het afweersysteem lichaamseigen weefsels aanvalt en beschadigt.
“Dat heeft de bezorgdheid bij vrouwen aangewakkerd”, legt Spoor uit. “Maar die studies vergeleken veelal vrouwen met cosmetische borstvergrotingen met vrouwen uit de algemene bevolking. Dat zijn twee verschillende groepen en zo’n vergelijking kan dus vertekende resultaten geven.”
Onze vergelijking is zuiverder dan die in eerdere studies die wel een verband lijken aan te tonen.
In deze nieuwe Nederlandse studie werden twee groepen vrouwen uit de zes ziekenhuizen vergeleken: vrouwen die een borstreconstructie met een siliconen implantaat hadden gekregen en vrouwen die voor borstkanker waren behandeld maar nooit zo’n implantaat kregen.
Vrouwen die een reconstructie met een implantaat ondergingen, kregen even vaak een auto-immuunziekte of reumatische aandoening als de andere vrouwen in de studie. Ongeveer 1 op de 14 vrouwen kreeg een dergelijke diagnose jaren na hun borstkanker.
Betrouwbare gegevens
Belangrijk verschil bij de nieuwe studie is volgens Spoor dat de artsen en onderzoekers uitgingen van betrouwbare DBC-gegevens, codes die door ziekenhuizen en verzekeraars worden gebruikt bij de financiële afhandeling van een behandeling. Omdat via de Nederlandse Kankerregistratie ook gegevens waren verzameld, konden de onderzoekers rekening houden met verschillen in leeftijd, kankerstadium en aanvullende behandelingen.
Ze konden bijvoorbeeld zien wanneer een vrouw een implantaat kreeg en of en wanneer ze werd behandeld voor een auto-immuunziekte. Dat maakt dit onderzoek veel betrouwbaarder, concludeert Spoor: “Ik denk dat onze vergelijking zuiverder is dan die in eerdere studies die wel een verband lijken aan te tonen.”
Individu serieus nemen
Iris Langerak van de Borstkankervereniging Nederland is blij met het onderzoek. “Dit kan rust bieden aan vrouwen, omdat er veel onrust is geweest, maar er kunnen natuurlijk nog steeds individuele klachten zijn. Een vrouw moet die kunnen bespreken met haar arts.” Volgens Langerak is daarom ook verder onderzoek nodig.
Ook benadrukt ze goede voorlichting aan patiënten: “Het is belangrijk dat hun arts ze serieus neemt, want individuele klachten kunnen anders zijn dan de uitkomsten van dit algemene onderzoek.”











