NOS Nieuws
Delen van het Mastbos in Breda zijn bedekt met een laagje witte dons. Het heeft uiteraard niet gesneeuwd in augustus, maar er is een laagje schapenwol neergelegd dat bedoeld is om de groei van bomen te stimuleren. “We willen het bos gevarieerder maken”, vertelt boswachter Egbert Eilander van Staatsbosbeheer bij Omroep Brabant.
Volgens de boswachter is het experiment met de wol als bodembedekking een primeur. “De wol beschermt jonge bomen tegen de adelaarsvaren”, legt hij uit. Dat is een plant die snel woekert en hele stukken grond kan bedekken en daarmee andere planten verdringt. Door de wol krijgen boompjes kans om te groeien.
De boswachter laat zien hoe de schapenwol de vele varens onderdrukt:
Eilander: “Dit is een idee van Life Climate Forest, dat als doel heeft bossen weerbaarder te maken tegen veranderende klimaatomstandigheden”. Daarvoor is meer diversiteit in het bos nodig: een bos met meerdere soorten planten en bomen is namelijk beter bestand tegen extreme weersinvloeden.
Afvalproduct
De wol is afkomstig van de 250 Drentse heideschapen van herder Sandy van der Westerlaken. In totaal zijn vijftig bigbags vol wol naar het bos gebracht. Een win-winsituatie volgens de herder. “Wol is tegenwoordig helaas vooral een afvalproduct, waar we bijna niet vanaf komen.”
De wol blijft twee jaar liggen. Daarna wordt geïnventariseerd wat de winst is. Volgens de boswachter heeft het experiment nog een bijkomend voordeel: wol is van nature brandvertragend, wat bij een natuurbrand gunstig kan zijn.












