NOS Nieuws•
-
Eliane Lamper
redacteur Buitenland
-
Eliane Lamper
redacteur Buitenland
In Syrië staat het eerste kopstuk van het Assad-regime voor de rechter, anderhalf jaar na de val van het regime. Heel het land kan meekijken met de berechting van Atef Najib, een neef van de gevluchte Syrische president, die verantwoordelijk wordt gehouden voor onder meer marteling en massamoord. De zaak kan de eerste stap zijn in de zoektocht naar gerechtigheid.
Najib was het hoofd van de veiligheidsdiensten in Deraa, een stad in het zuiden van Syrië waar in 2011 de protesten tegen het regime begonnen. Hij en vele andere leiders binnen het leger en de veiligheidsdiensten kregen tijdens de burgeroorlog de vrije hand om misdaden te plegen, als de Assad-dynastie maar zou overleven.
De veiligheidschef, die zichzelf god in Deraa noemde, is nu publiekelijk te zien in een kooi in de rechtbank, in een gestreept gevangenispak. “De dag is gekomen”, was een van de slogans die Syriërs vorige maand scandeerden bij de eerste openbare zitting. De rechtbank stond vol met nabestaanden van mensen die door Najib gemarteld en vermoord zijn.
Symbolisch
De zaak, die deze week voor de derde keer behandeld werd, wordt gezien als historisch. Dat zo’n grote naam en een familielid van de gevluchte president als eerste terechtstaat, is ook symbolisch. De regering zegt werk te maken van het opsporen van beulen, maar onder veel Syriërs is er frustratie dat na de machtswisseling nog niemand is veroordeeld en daders vrij rondlopen.
“De meeste Syriërs willen dat het recht zegeviert en dat de onderdrukking waaronder ze geleden hebben erkend wordt. Overgangsinstituties zijn daarin heel belangrijk”, zegt Brigitte Herremans, Syriëkenner en onderzoeker aan de Universiteit Gent. “De vreugde over de val van het Assad-regime begint weg te ebben. De wonden kunnen niet helen zolang die gerechtigheid niet komt.”
Met het berechten van Najib wil de nieuwe regering het signaal geven dat zij wel degelijk bezig is met het opsporen en berechten van daders. Vorige maand werd Amjad Youssef, een voormalige inlichtingenofficier opgepakt. Hij is een belangrijke dader van het bloedbad in Tadamon, een wijk in Damascus, waar op beeld is vastgelegd dat hij burgers in een kuil duwt, executeert en in brand steekt.
Eerder nog verleende de nieuwe regering onder leiding van president al-Sharaa amnestie aan militieleider Fadi Saqr in ruil voor contacten met het oude Assad-regime, wat tot grote verontwaardiging leidde. Ook hij wordt verantwoordelijk gehouden voor executies in Tadamon. Men vreesde dat dit met meer beruchte beulen zou gebeuren, hoewel in de loop van de jaren grote hoeveelheden bewijs zijn verzameld.
“De nieuwe regering lijkt niet zo geïnteresseerd in gerechtigheid, maar focust zich vooral op de economie en het binnenhalen van deals met de Golfstaten”, zegt Herremans. De regering hoopt op deze manier de fragiele stabiliteit in het land te bewaren. Bovendien heeft de Syrische overheid beperkte middelen om de vele duizenden daders te arresteren en berechten.
Doodstraf
Er zijn ook mensenrechtenexperts die vinden dat de behandeling van de zaak tegen de neef van Assad te vroeg komt. Het oude wetboek is nog van kracht, dat het internationaal recht niet onderschrijft en daardoor oorlogsmisdaden of misdaden tegen de menselijkheid niet erkent. Er moet een overgangswet komen, maar die is nog niet door het parlement goedgekeurd.
Mensenrechtenorganisaties waarschuwen niet de doodstraf uit te voeren, wat onder het huidige rechtssysteem wel mogelijk is. Zij roepen op internationale wetten te respecteren en als land een nieuwe weg in te slaan. Bovendien zou met de executie van Najib een schat aan informatie verdwijnen, die tot nieuwe zaken zou kunnen leiden.
“Misschien dat deze daders op een dag gaan praten”, zegt Herremans. “Bestraffing is essentieel, maar waarheidsvinding is dat ook.”











