NOS Nieuws•
Al twee dagen wordt het nieuws beheerst door flinke natuurbranden. Maar geen expert keek vreemd op toen juist gisteren de vlam in de pan sloeg, net zoals geen deskundige raar opkijkt als we dit in de toekomst vaker zien: dat hoort bij een veranderend klimaat. Vijf vragen over de branden, en welke rol de opwarming van de aarde daarbij speelt.
Hoe uitzonderlijk zijn deze branden?
Hoewel branden met een omvang als bij ’t Harde niet vaak voorkomen, is de huidige situatie niet uitzonderlijk, vertelt adviseur klimaatdiensten Lone Mokkenstorm van het KNMI. “Het was gisteren een klassieke natuurbranddag. De weerkaart was zo’n situatie waarin je branden verwacht: droog, zonnig, een windje. Zeker bij zo’n oostenwind viel het te verwachten, want daarmee wordt hele droge lucht aangevoerd. Ik denk dat dit voor niemand als een verrassing kwam.”
De afgelopen weken was het erg droog. Niet voor niets waarschuwden het KNMI en het Nederlands Instituut voor Publieke Veiligheid (NIPV) voor het risico op branden.
Waarom in april?
“Er is een soort gevoeligheid voor branden omdat je net de winter uitkomt. Dat is in Nederland een gevoelige periode”, zegt natuurbrandenonderzoeker Sander Veraverbeke van de Vrije Universiteit in Amsterdam. “Bij vegetatie zijn de sapstromen nog niet op gang, zo kort na de winter. Dat maakt bijvoorbeeld het gras dor en ontvlambaar.”
Later in het jaar zijn die stromen wel op gang en zit er dus meer vocht in de vegetatie, wat de kans op brand kleiner maakt. “Maar dat is nu nog niet zo. Een brand kan nu gemakkelijk starten in gras of heide, en de aanpalende bossen – vaak naaldbossen – zijn ook nu ook brandbaar. Dus een heidebrand kan makkelijk overslaan naar een bos, en dan heb je een bosbrand.”
Gebruik de onderstaande slider om meer te weten te komen over natuurbranden in Nederland:
Valt dit de komende tijd vaker te verwachten?
Of dit zo blijft, is nog even de vraag. “Je ziet nu wel dat er iets meer neerslag in de verwachtingen zit, in de paar dagen na vrijdag”, blikt Mokkenstorm van het KNMI vooruit. “Maar het moet wel even goed doorregenen voordat de droogte een beetje is opgelost.” Dat lijkt vooralsnog niet te gebeuren.
Veraverbeke: “Je hebt eigenlijk twee piekjes, beide door andere klimaatcondities: nu kom je uit de winter en zijn de sapstromen nog niet op gang. En daarna komt de zomer. Dan is de vegetatie beter doorwaterd, maar als er dan een hittegolf is, heeft het ook maar een aantal dagen nodig om weer uitgedroogd te zijn.”
Gaan we dit meer zien door klimaatverandering?
“Dat is wel degelijk de verwachting”, zegt Veraverbeke, die benadrukt dat naast het klimaat net zo goed menselijk gedrag en vegetatie een grote rol spelen. Het verband tussen natuurbranden en het veranderende klimaat is ook uitvoerig onderzocht en beschreven. “Als je meer perioden hebt van droogte en hittegolven, wat bij klimaatverandering zo is, dan zijn er dus vaker condities waarin brand goed kan ontstaan.”
Klimaatverandering verandert het neerslagpatroon in het voorjaar niet per se, licht Mokkenstorm toe. Maar het neerslagtekort groeit in het voorjaar wel door klimaatverandering. “Dat heeft te maken met de verdamping die toeneemt, en daarmee dus ook de droogte en de kans op natuurbranden in het voorjaar. We verwachten ook dat de kans op onbeheersbare branden toeneemt, en dat we vaker meerdere branden tegelijk gaan zien.”
Onder meer het NIPV en het KNMI waarschuwden daar begin 2023 al eens gezamenlijk voor. “Dit gaan we gewoon meemaken en dat kan al op korte termijn gebeuren”, was toen de boodschap.
Wat kunnen we doen?
De natuur en onszelf klaarmaken voor het veranderende klimaat, zegt Veraverbeke. “De vegetatie en de mens zijn ook belangrijk. De vegetatie omdat dat dat hetgeen is dat brandt, en de mens omdat die het landschap inricht en een belangrijke bron is van aansteking – niet per se met opzet.”
Daarom is hij er voorstander van om bij het inrichten van natuurgebieden na te denken over branden. “Dat is natuurlijk werk van de lange adem, maar als je dat indeelt met stroken van tientallen of honderd meter waarin je bijvoorbeeld de vegetatie wegneemt, dan kan een brand daar stoppen of afnemen in intensiteit.” Ook het aanleggen van loofbomen tussen de naaldbomen kan verschil maken, want die vatten minder snel vlam.
En verder zijn de risico’s goed in de gaten te houden, bijvoorbeeld door het KNMI. Mokkenstorm: “We maken natuurlijk sowieso de weersverwachtingen voor de veiligheidsrisico’s en we monitoren met satellieten. Dat doen we ook bij dit soort branden en de rook die daardoor in de lucht komt.” En zelf goed opletten, zegt Veraverbeke. “Iedere aansteking die er niet is, wordt ook geen grote brand.”











