NOS Nieuws•
Meer dan de helft van de onbekende oorlogsslachtoffers op het Nationaal Ereveld in Loenen is geïdentificeerd. Dat laat de Bergings- en Identificatiedienst van de Koninklijke Landmacht (BIDKL) weten.
“We doen dit vooral voor de mensen die nog iemand kwijt zijn vanuit de oorlog: een familielid, zoals een vader of een opa”, zegt Geert Jonker van de identificatiedienst bij Omroep Gelderland.
Het ereveld in Loenen, niet ver van Apeldoorn, herbergt de graven van 4000 oorlogsslachtoffers. Het gaat om militairen en vooral om burgers die elders zijn omgekomen bij bombardementen, in concentratiekampen, op zee of bij verzetsdaden.
Bij veruit de meeste graven staat een naam, maar bij 103 graven ontbrak die. Totdat de BIDKL in 2018 een groot onderzoek begon.
Het eerste wat de identificatiedienst toen deed was een oproep sturen aan mensen met een vermist familielid uit de Tweede Wereldoorlog om DNA af te staan. Vervolgens zijn de 103 lichamen opgegraven en overgebracht naar Soesterberg voor onderzoek. Daarna is onder meer DNA afgenomen om dat te vergelijken met het DNA van de ‘onbekende’ lichamen.
Puzzel
De BIDKL werkt met de modernste technieken, maar de zoektocht naar de namen blijft een puzzel, zegt Jonker. “Er zijn vaak wel wat basisgegevens bekend over de lichamen. Bijvoorbeeld dat de meeste van de lichamen gevonden zijn in Duitsland. Maar voor echte identificatie zijn we afhankelijk van stamboomonderzoek en nabestaanden die DNA hebben afgestaan.”
Jonker toont zich verheugd dat steeds meer graven een naam hebben. “Het project verloopt bovengemiddeld goed. Meer dan de helft van de onbekende lichamen is inmiddels geïdentificeerd, dat hadden wij nooit verwacht”, zegt hij.
Market Garden
Een van de mensen die nu weer een naam heeft, is Dermond Anderson. Anderson was een Britse militair die tijdens de operatie Market Garden in september 1944 met een zweefvliegtuig landde in Wolfheze. Hij was van plan om met de rest van de geallieerde troepen naar de Rijnbrug in Arnhem te rijden. Maar hij sneuvelde onderweg, bij de Oude Kerk in Oosterbeek, door een Duitse mortiergranaat.
Anderson werd ter plaatse begraven. Pas in 2024 werd hij geïdentificeerd. “Dankzij het DNA van zijn achterneef, door de aanwezigheid van een Y-chromosoom”, aldus Geert Jonker. Andersons lichaam werd in augustus 2024 ‘officieel’ en met naamsvermelding begraven op de Airborne Begraafplaats in Oosterbeek.
Steeds kleinere groep
Wanneer de namen eenmaal achterhaald zijn, besluiten nabestaanden veel vaker om hun geliefden een herbegrafenis te geven, weet Jonker. Het is een van de redenen dat de identificatiedienst aan het werk blijft. En hoe sneller dat gaat, des te beter. “De groep directe nabestaanden – broers, zussen, kinderen – wordt steeds kleiner. Dus dat dit onderzoek nu plaatsvindt, is heel belangrijk”, aldus Jonker.












