NOS Nieuws
-
Devi Boerema
correspondent Zuid-Azië
-

Devi Boerema
correspondent Zuid-Azië
Sari zit voor haar huis langs de Trishuli-rivier. Rode armbanden om en een rode stip op haar voorhoofd. Ze is een hindoe en vereert van jongs af aan de rivier waaraan ze woont. De ramp van woensdag in Nepal heeft veel veranderd.
“De rivier voelt niet meer als een vriend, maar als een onbekende”, zegt ze. Haar geloof heeft ze niet verloren, maar ze is bang geworden. “Ik zie hoe het water nog steeds stijgt, eigenlijk wil ik hier weg.” De enige reden waarom ze dat nog niet heeft gedaan, is omdat ze haar meubelwinkel niet durft achter te laten.
Als je vanuit de hoofdstad Kathmandu naar het noorden rijdt, kom je urenlang prachtige groene heuvels tegen. De gewassen die in juni en juli zijn gezaaid leunen stevig tegen de bergen aan. Op de vele vrachtwagens vol goederen na die passeren, lijkt hier niets aan de hand te zijn.
Het voedsel en de hygiëneproducten in de vrachtwagen zijn bedoeld voor de inwoners van het getroffen district Nuwakot en nog verder als de wegen het toelaten. De eens zo groene akkers aan de Trishuli zijn hier bedekt met een dikke laag grijs slijk van modder en puin.
Hulpverlener Lieuwe Siebe de Jong van ZOA vertelt dat de graafmachines die hier aan het werk zijn lichamen opgraven tussen het slijk. “Wat eens een bruisend stadje was, is nu volledig weggespoeld door modder en stenen.”
Achterop een motor rijdt hij met een lokale collega door de bergen om de plekken te kunnen bezoeken waar de grote trucks niet bij komen. “We kwamen mensen tegen die al dagen tevergeefs op evacuatie zaten te wachten.” Het waren oude mensen, volgens De Jong, die uiteindelijk maar zijn gaan lopen langs de steile bergen. Op zoek naar een plek waar wel hulp komt.
In de vallei langs de rivier zitten de inwoners van het dorp dat dezelfde naam draagt als de rivier op straat te wachten. Ze kunnen niet anders dan toekijken hoe de graafmachines in Trishuli langzaam de wegen vrijmaken. Misschien als die wat verder komen, zodat ze naar hun huis kunnen lopen om te zoeken naar persoonlijke bezittingen.
We hadden niet goed door welke ramp ons te wachten stond.
Prabin Dhunge wijst naar een gebouw dat alle buitenmuren mist en nauwelijks nog overeind staat. “Dat is mijn huis en mijn winkel was hier met vijf opslagplaatsen, maar alles is weggeslagen in een paar minuten.”
Zijn vader is een succesvol zakenman die onder druk van zijn zoon het huis nog net op tijd verliet. “Eigenlijk wilde hij zijn spullen niet achterlaten toen de politie kwam om te waarschuwen dat het water steeg”, zegt Dhunge. “De waarschuwing was te vaag, we hadden niet goed door welke ramp ons te wachten stond.”
De paar minuten waarin Dhunge en zijn familie besloten om weg te gaan, maakte een groot verschil. “Gelukkig is mijn familie nu veilig, maar mijn vrienden en mijn buren zijn allemaal meegesleept door het water.”
Een stukje verderop, in de deuropening van een winkeltje, zit de 65-jarige Lali Maya. Ze is radeloos en vraagt zich hardop af wat voor toekomst ze nu nog heeft. “Ik ben alles kwijt. Ik heb niet eens kleding meer om te dragen”, zegt ze terwijl de tranen over haar wangen lopen.
Hele nacht bang
In al die jaren dat ze hier woont heeft ze vaker overstromingen meegemaakt, maar nooit van deze omvang, zegt ze. Ze begrijpt maar al te goed dat het gevaar ook nu nog niet volledig geweken is. “De hele nacht ben ik bang, omdat mensen zeggen dat er een nieuwe vloedgolf aankomt. Mensen rennen de heuvel op, maar ik ren niet mee want ik ben oud. Het maakt mij niet meer uit of ik doodga.”
Na ons gesprek loopt ze rustig de berg een stukje op. Ze heeft gehoord dat er even verderop hulpgoederen worden uitgedeeld, maar zeker weten doet ze het niet. Toch loopt ze, want er is niks anders te doen.










