NOS Nieuws
-
Gidi Polsredacteur Economie
-
Lisa Schallenbergverslaggever Economie
Een man uit Nederland is begin mei benoemd tot minister van Justitie in een omstreden regering van de Rapid Support Forces (RSF) in Sudan. Dat blijkt uit onderzoek van de NOS.
Al ruim drie jaar vecht in Sudan de paramilitaire RSF tegen het regeringsleger, de Sudanese Armed Forces (SAF). Beide kanten begaan oorlogsmisdaden, maar de RSF wordt als de meest gewelddadige van de twee gezien.
Het geweld van de RSF heeft kenmerken van genocide, concludeerde de VN. In juli riep het Europees Parlement op om de RSF aan te wijzen als terroristische organisatie.
Vorig jaar richtten de Rapid Support Forces een eigen parallelle regering op in de gebieden die onder hun controle staan. De RSF voert die zogenoemde Tasis-coalitie aan.
Nederland erkent die regering niet, net als de rest van de internationale gemeenschap. De VN-Veiligheidsraad noemde de regering bij oprichting “een direct gevaar voor de territoriale integriteit van Sudan”.
In mei dit jaar werden er ministers voor die regering aangewezen. Een van hen heeft een Nederlands paspoort, ontdekte de NOS. Het gaat om Osama Said, een Sudanees-Nederlandse jurist. Said was al langer actief in de Sudanese politiek, als leider van een politieke partij.
Bekijk in deze special hoe Sudanezen in Nederland actief betrokken zijn bij de oorlog in Sudan:
Hij dook op in internationale media, bijvoorbeeld bij Al Jazeera, om het woord te voeren namens Tasis. Daarnaast was hij te zien als een van de ondertekenaars bij de oprichting ervan in de Keniaanse hoofdstad Nairobi.
“Ik ben inderdaad voorgedragen als minister van Justitie van Tasis”, bevestigt Said, die de functie nog officieel moet aanvaarden. Hij staat wel al als een van de leiders van de coalitie op de Tasis-website. Said zegt zijn politieke werk op vrijwillige basis te doen, vanuit Nederland. “Met één doel: het leed van de Sudanezen verlichten.”
Volgens deskundigen heeft deze omstreden regering een ander doel: proberen de van genocide verdachte paramilitairen een legitiem gezicht te geven.
“Uiteindelijk gaat het erom dat de RSF serieus genomen wil worden”, zegt Anette Hoffmann, Sudan-expert van onderzoeksinstituut Clingendael. “Het wil onderhandelen als een staatsmacht en niet als militie. Je kunt het zien als een legitimering van de RSF.”
Said kijkt daar anders naar. “Vrede is waar ik me dag en nacht voor inzet.” Volgens hem is “de overgangsregering nog volop in opbouw” en houdt die op te bestaan als er vrede is.
Maar die vrede lijkt nog ver weg, mede door het geweld van de RSF. Nog elke maand vallen er honderden tot duizenden doden in Sudan. Miljoenen Sudanezen zijn bovendien ontheemd geraakt door het geweld.
Toch ziet de jurist zijn keuze niet als legitimering van de RSF. “Schendingen van burgerrechten wijs ik categorisch af, of ze nu door de Rapid Support Forces of de SAF worden gepleegd. Wie zich daaraan schuldig maakt, moet worden berecht.”
Feit is wel dat Said bij de oprichting van de alternatieve regering op het podium zat met de man die de gewelddadige RSF-troepen aanstuurt: plaatsvervangend bevelhebber Abdulrahim Dagalo, de broer van de hoogste leider van RSF.
Sudan-expert Hoffmann: “In mijn inschatting is er niets dat deze regering zou kunnen doen zonder goedkeuring van de RSF-leider.”












