NOS Nieuws•
-
Eva de Vries
redacteur Buitenland
-
Eva de Vries
redacteur Buitenland
Rookwolken boven de hoofdstad Bamako, gehesen vlaggen in veroverde dorpen en een dodelijke aanslag op defensieminister Sadio Camara en zijn familie. Voor het eerst in jaren openen jihadisten en Toeareg-separatisten gezamenlijk de aanval op het militaire regime in Mali, dat al vijf jaar aan de macht is in het West-Afrikaanse land.
Volgens Mirjam de Bruijn, hoogleraar Afrikanistiek aan de Universiteit Leiden en Mali-deskundige, is het interessant dat de groepen hun handen ineenslaan. “Ze jagen hetzelfde doel na; de junta omverwerpen”, vertelt ze. “Maar uiteindelijk zijn hun ideologieën en plannen totaal anders, en kan dit juist ook leiden tot nóg meer chaos.”
De aanvallen van de twee strijdgroepen begonnen zaterdagochtend, onder meer bij het vliegveld van Bamako en bij meerdere kazernes. Gelijktijdig met de aanslag op de defensieminister, vlak bij de hoofdstad, werden ook aanvallen gemeld op andere steden in het land, zoals Mopti en Gao.
Zondag waren er in meerdere steden nog steeds explosies te horen. Later op de dag kwam het bericht dat de Toearegs samen met de jihadisten grote delen van de plaats Kidal hadden veroverd. Russische huurlingen, die aan de kant van het Malinese leger vechten onder de naam Africa Corps, trokken zich terug uit de stad. Het is onduidelijk hoeveel mensen bij de aanvallen zijn gedood of verwond.
Verrast
“Juntaleider Goïta moet zaterdagochtend rechtop in bed hebben gezeten”, denkt De Bruijn. Volgens haar werden de autoriteiten volledig verrast. Met de aanvallen op allerlei steden tonen beide strijdgroepen aan dat ze zich niet alleen richten op landelijke gebieden, maar ook kunnen vechten in grotere plaatsen.
“Die invloed en slagkracht is precies wat ze willen laten zien”, zegt De Bruijn. “Want ze hebben echt een gat geslagen in de junta.” Vooral de dood van de defensieminister is een grote klap voor het regime. “Hij was een belangrijk persoon, werd gezien als mastermind in het leger en onderhield goed contact met de Russen.”
Een paar dagen waren er geruchten dat ook Goïta zou zijn gedood. Pas dinsdag gaf hij tijdens een korte televisieboodschap een teken van leven. Daarin benadrukte hij dat de situatie onder controle was. “Uiteraard is dat ook wat het regime wil dat de bevolking, en de rest van de wereld, gelooft”, verduidelijkt De Bruijn. “Maar hoe de situatie echt is, blijft speculeren. Er is geen persvrijheid in het land en mensen durven niet vrijuit te praten.”
Coalitie
Deskundigen noemen het een ongebruikelijke coalitie, de samenwerking tussen de Toearegs en de jihadisten. Het is voor het eerst dat ze hun krachten bundelen en proberen de junta van de troon te verdrijven. “En dit was het juiste moment”, zegt Ulf Laessing, hoofd van het Sahel-programma van de Duitse Konrad Adenauer Stichting.
Ondanks beloftes is het geweld in het land nog steeds niet afgenomen, waardoor het vertrouwen van de bevolking in de junta afneemt. “Tegelijkertijd gaat het slecht met de economie, hebben veel mensen geen elektriciteit en is de infrastructuur in slechte staat”, zegt Laessing. Ook blokkeren jihadisten al maanden cruciale brandstoftransporten door tankwagens aan te vallen. Dit heeft geleid tot extreme brandstoftekorten en torenhoge prijzen.
Lang verhaal kort: de overheid oogt zwak en de rebellen zien hun kans schoon. “En ze hebben ook de middelen om in de aanval te gaan. Zo verdienen de jihadisten veel geld met het kidnappen van mensen voor losgeld, waarvoor ze vervolgens wapens kopen en extra strijders inhuren.”
Geen toeval
Dat die samenwerking tussen beide groepen nu van de grond komt is geen toeval, zegt zowel De Bruijn als Laessing. Het past volgens hen in een bredere trend van toenemend jihadistisch geweld in de regio. Dat is onder meer het geval in buurlanden Niger en Burkina Faso, waar de militaire machthebbers zich ook hebben afgekeerd van westerse landen en samenwerken met Rusland.
Laessing verwacht niet dat de Malinese hoofdstad Bamako in handen valt van de Toearegs en de jihadisten, omdat ze zo’n grote stad niet kunnen besturen. “Maar wat ze wél kunnen, is de junta op de knieën dwingen en ervoor zorgen dat ze krijgen wat ze willen, zoals meer eigen grondgebied.”

