NOS Nieuws
In 2027 wil het kabinet 517 miljard euro uitgeven, maar daarbij ontbreekt het bij veel ministeries aan een duidelijke plan of doel. Als er wel een doel is, blijft het vaag of dat haalbaar is. Dat zegt de Algemene Rekenkamer in een brief aan de Tweede Kamer, een week na Prinsjesdag.
Er is onder meer structureel te weinig geld voor het noodzakelijke onderhoud van wegen en het spoornet en het is maar de vraag of de extra miljarden voor defensie en de landbouwsector nuttig besteed worden. Ook zijn bezuinigingen op de ambtenarij niet goed doordacht, staat in de brief.
Weliswaar zijn de cijfers in de Miljoenennota voor 2027 beter te snappen dan voorgaande jaren, maar zonder duidelijke doelen wordt het voor de Tweede Kamer erg lastig om het kabinet te controleren, waarschuwt de Rekenkamer.
“Slechts enkele ministers stellen controleerbare hoofddoelen”, schrijft de Rekenkamer. “Alleen de begrotingen van de ministers van Economische Zaken, Klimaat & Groene Groei, Financiën, Infrastructuur & Waterstaat en Volkshuisvesting & Ruimtelijke Ordening bevatten concrete en meetbare doelen. In de andere begrotingen ontbreken deze.”
Soms ontbreekt het doel helemaal, zoals bij het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OWC). “In de begroting van OCW van totaal 60 miljard euro is niet helder welke resultaten de minister met dat geld voor Nederland wil bereiken”, zegt Pieter Duisenberg, president van de Algemene Rekenkamer.
Dat maakt het niet alleen voor de Tweede Kamer lastig om te controleren. Ook voor inwoners en bedrijven blijft het op die manier onduidelijk wat de overheid van plan is, waarschuwt Duisenberg.
Soms benoemen ministers risico’s in hun plannen. Zo waarschuwt het ministerie van Volksgezondheid voor een groeiend personeelstekort in de zorg. Het ministerie van Volkshuisvesting ziet dat het overvolle stroomnet en het stikstofprobleem woningbouw in de weg staan.
Eerder waarschuwde het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat al “dat niet alles kan”. De Rekenkamer gaat nu een stap verder en waarschuwt dat het ministerie structureel te weinig geld krijgt om basale doelen te bereiken. Zelfs het noodzakelijke onderhoud aan wegen, bruggen en het spoornet staat onder druk, waarschuwt de Rekenkamer.
Ook rekent Nederland zich mogelijk rijk als het gaat om wat er betaald moet worden aan Europa. Op dit moment onderhandelen de EU-lidstaten over hoeveel zij aan de Europese Unie moeten gaan afdragen. De Rekenkamer houdt er rekening mee dat de Nederlandse afdracht in de Miljoenennota een paar miljard te laag wordt ingeschat.
Al kan er ook plotseling te veel geld beschikbaar zijn. Zo zijn er miljarden extra vrijgemaakt voor de uitkoop van boeren en voor de groei van defensie. Het is maar de vraag of die ministeries dat geld wel uit kunnen geven. Daarnaast bestaat het gevaar dat de overheid met zoveel geld op zak te veel betaalt aan, bijvoorbeeld, nieuw defensiematerieel.
Tot slot moet het kabinet beter nadenken over de gevolgen van het snijden in de overheid. In de afgelopen vijf jaar stegen de kosten voor rijksambtenaren van 10 miljard naar 16 miljard. Het vorige kabinet wilde al op termijn een miljard bezuinigen op het ambtenarenapparaat, maar in de praktijk liepen de kosten alleen maar op.
Het huidige kabinet Jetten wil 3,4 miljard bezuinigen op het overheidsapparaat. In eerste instantie zouden de bezuinigingen zich vooral richten op ambtenaren die beleid maken. Inmiddels is duidelijk dat ook ambtenaren ontslagen kunnen worden die het beleid uitvoeren.
De gevolgen daarvan zijn niet in kaart gebracht door het kabinet, zegt de Rekenkamer. Door uitvoeringsambtenaren te ontslaan bestaat het gevaar dat de publieke dienstverlening verslechtert, terwijl het kabinet juist een betere service belooft voor Nederlanders.

