NOS Nieuws•
-
Roeland Müller
verslaggever Economie
-
Roeland Müller
verslaggever Economie
“Het is een grote eer, maar misschien zie ik er toch vanaf”, zegt een beoogd wethouder van een gemeente in het oosten van het land. Omdat de onderhandelingen over het nieuwe bestuur in zijn gemeente nog lopen, mag zijn naam nog niet naar buiten.
Na 30 jaar ambtenarij kan hij nu wethouder worden, maar hij vreest dat die stap leidt tot een pensioengat van zo’n 40.000 euro. Dat komt uit op ongeveer 170 euro per maand minder. Hij is niet de enige ambtenaar die wethouder kan worden en sterk twijfelt vanwege de financiële gevolgen.
Langzamerhand worden de eerste wethouders in verschillende Nederlandse gemeenten geïnstalleerd, na de verkiezingen van maart. Maar bij de Wethoudersvereniging kloppen tientallen bezorgde ambtenaren aan.
Nu overstappen naar het beroep van wethouder kan duizenden of tienduizenden euro’s schelen. Dat heeft te maken met de onzekerheid over de pensioenen van politieke ambtsdragers. Uiterlijk 1 januari 2028 moeten alle pensioenregelingen over zijn naar het nieuwe stelsel, maar de regeling voor politici is daar nog niet klaar voor.
Politieke pensioenen
Bij de overstap naar het nieuwe pensioenstelsel hoort financiële compensatie voor sommige leeftijdsgroepen. Maar die geldt alleen voor werknemers die actief deelnemen in het fonds op het moment van overstappen naar het nieuwe stelsel. Zogeheten ‘slapers’, die nog wel pensioenvermogen hebben staan bij een fonds, maar niet meer opbouwen, komen niet in aanmerking voor dat bedrag.
Politici zoals ministers, raadsleden en wethouders bouwen pensioen op via de Algemene Pensioen- en uitkeringswet Politieke Ambtsdragers (APPA). Bij het fonds van hun vorige werkgever worden zij een slaper. Als dat fonds de compensatie nog moet uitdelen, lopen zij die als slapende deelnemer dus mis. Bij de APPA is voor die compensatie nog niets geregeld.
Het ministerie van Sociale Zaken gaat ervan uit dat “enkele tienduizenden” Nederlanders compensatie zullen mislopen. Daarbij wordt vooral naar ambtenarenpensioenfonds ABP gekeken dat per 2027 overstapt. Met 1,3 miljoen actieve deelnemers is de kans reëel dat daar ambtenaren tussen zitten die dit jaar van baan wisselen.
Wethouders komen nogal eens uit de ambtenarij, zegt de Nederlandse Wethoudersvereniging, die vreest dat kandidaten hierdoor afzien van het wethouderschap. “De vraag over het pensioengat is dé vraag aan onze vereniging, al maanden”, zegt directeur Hatte van der Woude. “Sinds februari klopten al zeker veertig beoogd wethouders aan met hun zorgen. Het gaat om serieuze bedragen.”
Door zijn leeftijd (50-plus) en ruime ambtenarensalaris zou de beoogd wethouder voor de gemeente in het Oosten van het land mogelijk zo’n 40.000 euro aan compensatie bij ambtenarenpensioenfonds ABP mislopen – zo’n 170 euro per maand. “Ik klaag niet over mijn inkomen, en wethouder worden is een fantastische uitdaging, maar zo’n bedrag is ook voor mij een grote opoffering.”
De NOS sprak nog een andere kandidaat-wethouder. De schooldirecteur bouwt nu pensioen op bij het ABP. Door het wethouderschap zou hij zo’n 36.000 euro aan compensatie mislopen.
“We herkennen de signalen”, laat het ABP weten. Het pensioenfonds laat weten veel vragen te krijgen van deelnemers over compensatie.
Vrijwillig voortzetten
Door vrijwillig geld in te blijven leggen in een pensioenfonds, kan iemand actief blijven en vervalt de compensatie niet. Maar een ambtenaar die wethouder wordt, kan niet kiezen voor vrijwillige voortzetting bij het ambtenarenpensioenfonds ABP. Fiscaal is dat niet mogelijk, zeggen zowel het ministerie van Binnenlandse Zaken als het ABP.
Wel is het idee dat het ABP per 1 januari 2028, een jaar na zijn eigen overstapdatum, ook de APPA-regelingen voor politieke ambtsdragers gaat overnemen. Dan moeten min of meer dezelfde compensatieregels van ABP ook gaan gelden voor politici zoals ministers, raadsleden en wethouders.
Maar dat moet nog wel geregeld worden. Het ministerie verwacht dat dat nog op tijd lukt. De Tweede en Eerste Kamer moeten het nog goedkeuren.
Dat maakt het onzeker voor de beoogde wethouders. Daarnaast is het voor een wethouder onzeker of hij er op 1 januari 2028 nog wel zit. “Een raadslid zit er meestal wel vier jaar, maar een wethouder soms veel korter”, zegt Van der Woude van de Wethoudersvereniging. Volgens het ministerie krijgt een wethouder de helft van de compensatie als hij of zij voor 2028 moet aftreden.











