NOS Nieuws
Een 30-jarige man uit Maastricht is veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijf jaar voor het veroorzaken van een dodelijk verkeersongeval waarbij een 4-jarig jongetje omkwam. Hij reed ruim 60 kilometer per uur te hard in de bebouwde kom en had ruim 3,5 keer zoveel alcohol in zijn bloed als toegestaan.
De straf die de rechtbank Limburg oplegt, is gelijk aan de eis van het Openbaar Ministerie (OM). De rechtbank oordeelt dat roekeloos rijden de oorzaak is van het fatale ongeval.
Op 27 maart reed de veroordeelde, de 30-jarige Janus K. uit Maastricht, in de bebouwde kom 112 kilometer per uur, waar 50 kilometer per uur was toegestaan.
Rond 19.10 uur stapten een moeder met haar 4-jarige zoontje Djorginyo uit een bus. De vrouw zette haar kind in een buggy en wilde de Dorpstraat oversteken. Voordat ze de overkant hadden bereikt, werden ze geschept door K., die met een bijrijder in een geleende zwarte Mazda reed.
Het jongetje overleed een dag later aan zijn verwondingen. De moeder raakte zwaargewond. Ze liep onder meer een hersenschudding, een gebroken nekwervel en meerdere botbreuken in haar bekken en rechteronderbeen op. Ze heeft blijvend letsel.
Voorafgaand aan de rit had K. naar eigen zeggen zeven glazen bier gedronken met een vriend in een café. Tijdens het drinken besloten K. en zijn vriend zonder reden “een rondje te gaan rijden”. De rechtbank vindt dat gegeven heel moeilijk te begrijpen, staat in het vonnis. “Extra zorgelijk is dat hij heeft verklaard dat hij zelf dacht dat hij niet te hard reed.”
Uit bloedonderzoek na het ongeval bleek dat K. 1,8 promille alcohol in zijn bloed had, terwijl de wettelijke limiet 0,5 promille is. Dat komt overeen met ongeveer acht glazen bier.
De man kampte eerder met alcoholproblemen. Hij was daarvoor in behandeling, maar stopte enkele maanden voor het ongeval met een afkickprogramma. Hij is niet eerder met justitie in aanraking gekomen voor dit soort feiten.
Uit de aangrijpende slachtofferverklaringen tijdens de zitting blijkt hoe onherstelbaar het verdriet voor de nabestaanden is. “Toen ik uit coma ontwaakte, hoorde ik dat mijn kind dood was”, zei de moeder.
“Ik moet verder leven met fysieke beperkingen door het ongeluk, maar deze zichtbare gevolgen vallen in het niet bij het litteken op mijn hart en het gemis van mijn kind. Sinds die nacht moet ik met een levenslange leegte leven.”
De vader verklaarde dat het voor hem niet te bevatten is dat zijn zoontje nooit meer thuiskomt. “Een deel van mij is met hem gestorven. Hij was mijn beste kleine vriend. Mensen zeggen dat het leven doorgaat, maar dat van mij niet.”
Volgens forensisch onderzoek had K. de aanrijding kunnen voorkomen als hij zich aan de maximumsnelheid had gehouden. Hij had dan nog op tijd kunnen stoppen. De rechtbank rekent het ongeval dan ook volledig aan hem toe.









