NOS Nieuws
De VS voert nieuwe importheffingen in op producten uit zestig landen, waaronder EU-lidstaten. De heffingen van 10 procent die in februari werden ingevoerd, lopen vandaag af. Nieuwe heffingen werden al verwacht.
Producten uit de EU, Canada en het Verenigd Koninkrijk krijgen een importheffing van 10 procent. Andere landen, zoals China en Japan, krijgen het hogere tarief van 12,5 procent. Volgens de Amerikaanse handelsvertegenwoordiger Jamieson Greer zijn de zestig landen samen goed voor 99,4 procent van de Amerikaanse import.
Om welke producten uit de EU het precies gaat, is niet bekendgemaakt.
Grondig onderzoek
De nieuwe heffingen zijn het sluitstuk van een zoektocht die al maanden aan de gang is. Begin dit jaar zette het Amerikaanse Hooggerechtshof een streep door president Trumps eerdere aanpak: de importheffingen die voor ieder land afzonderlijk golden, werden onwettig verklaard.
Trump greep daarop terug op een andere wet en voerde meteen een tijdelijke heffing van 10 procent in op producten uit het buitenland. Zonder toestemming van het Congres mag hij die maar 150 dagen laten gelden, en die termijn loopt vandaag, vrijdag 24 juli, af.
In de tussentijd heeft het Witte Huis niet stilgezeten. Er is onder meer onderzoek naar landen die zich schuldig zouden maken aan overproductie, en een onderzoek naar dwangarbeid waarbij ook de EU onder de loep werd genomen.
Handelsinstrument
Voor deze nieuwe tarieven grijpt Trump terug op Sectie 301 van de Trade Act van 1974, die de president de bevoegdheid geeft om importheffingen op te leggen aan landen die zich schuldig maken aan “onrechtvaardige”, “onredelijke” of “discriminerende” handelspraktijken.
Als reden voert de regering-Trump de vermeende lakse handhaving van het verbod op dwangarbeid in de landen aan. “Wij handhaven ons importverbod op producten uit dwangarbeid al bijna een eeuw streng”, stelt Greer. “Het wordt tijd dat onze handelspartners hetzelfde doen.”
Douane-expert Martijn Schippers zei eerder tegen de NOS dat het vrij ver gaat om de EU te beschuldigen van dwangarbeid, maar dat het daarmee minder eenvoudig wordt om de importheffingen onwettig te verklaren. “Deze heffingen kunnen veel moeilijker worden aangevochten omdat er een heel onderzoek aan vooraf is gegaan.”
Elmar Otten van ondernemersvereniging Evofenedex schaart zich daarachter. “President Trump leunt sterk op invoerheffingen voor zijn handelsbeleid en is voortdurend op zoek naar een juridische onderbouwing waarmee hij kan wegkomen.”
“Ongegrond”
Wat de nieuwe importheffingen concreet betekenen voor Nederlandse bedrijven, is nog onduidelijk. Sinds 1 juli gelden er al handelsafspraken tussen de VS en de EU, waarbij de Unie haar heffingen op Amerikaanse producten fors verlaagt en de meeste Europese producten in de VS met 15 procent worden belast. Hoe de nieuwe dwangarbeidheffingen zich daartoe verhouden, moet nog blijken.
Trump zette vorig jaar de wereld al op zijn kop met de aankondiging van hoge importheffingen tegen tal van handelspartners. Eerder deze week kondigde hij een heffing van 50 procent aan op een reeks Canadese producten, en vorige week volgde een importheffing van 25 procent op verschillende goederen uit Brazilië.
Brazilië, dat nu een extra importheffing van 12,5 procent krijgt, noemt de heffing “volledig willekeurig” en “ongegrond”.

