NOS Nieuws
In het afgelopen muggenseizoen zijn in Europa 1086 officiële besmettingen met het westnijlvirus geregistreerd. Dat blijkt uit cijfers(opent in nieuw venster) van het Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding (ECDC). De infecties zijn vastgesteld in vijftien verschillende landen.
Het gaat hierbij om besmettingen die mensen binnen Europa opliepen; mensen die besmet raakten buiten Europa zijn niet in de cijfers van het ECDC opgenomen.
De meeste besmettingen werden geregistreerd in Italië: 516. Daarna volgen Griekenland en Spanje met respectievelijk 284 en 88 besmettingen.
Dode in Nederland
Het RIVM meldde donderdag dat dit jaar in Nederland zeker negen mensen het westnijlvirus hebben opgelopen. Een van hen is overleden, een persoon van 75 jaar uit Utrecht met een onderliggende aandoening. Ook overleed er een vrouw uit Drenthe aan het virus, maar omdat zij de besmetting opliep in Zuidoost-Europa wordt zij niet meegerekend bij de negen Nederlandse besmettingen.
Het westnijlvirus komt vooral voor bij vogels. Het kan bij de gewone huissteekmug belanden wanneer die zich voedt met het bloed van een besmette vogel. Een mug kan het vervolgens weer overdragen op mensen en andere dieren. In augustus werd voor het eerst sinds 2020 het virus in Nederland vastgesteld, dit gebeurde tijdens een wetenschappelijk onderzoek van bloedbank Sanquin onder bloeddonoren.
Kwetsbare personen
Het risico dat een mens overlijdt aan een besmetting is klein, aldus het RIVM. 80 procent van de besmette personen krijgt geen klachten, 19 procent krijgt milde griepachtige klachten als koorts, hoofdpijn en spierpijn. Een procent krijgt ernstige neurologische klachten, zoals een hersen- of hersenvliesontsteking. Het zijn vooral ouderen en kwetsbare personen die risico lopen.

