NOS Nieuws
-
Laura van Megen
correspondent China
-
Laura van Megen
correspondent China
Voor China is het Tibetaanse Plateau een strategische regio vol grondstoffen en natuurlijke hulpbronnen. Al 75 jaar is China er de baas. Voor zijn hongerige economie delft Peking er mineralen en bouwt het er bijna 200 waterkrachtcentrales.
Over die grondstofwinning “hebben de Tibetanen zelf helemaal niks te zeggen”, vertelt Kate Saunders van de ngo Tibet Watch. Voor hen betekent het een krimpend en vervuild leefgebied, en gedwongen verhuizingen. Gescheiden van huis en haard worden ze soms honderden kilometers verderop in opvanglocaties geplaatst.
De rivier Jinsha is de bovenstroom van de Yangzi, de levensader van China. De paar bruggen daar worden streng bewaakt door gewapende agenten. Aan de andere kant ligt de Tibetaanse Autonome Regio. Hier en daar schittert het gouden dak van een Tibetaans boeddhistisch klooster of liggen stapels beschilderde mani-stenen.
Land onteigend
De bewoners van Wosecun en Nizhu hebben deze zomer gehoord dat hun land wordt onteigend. Vanwege de Boluo-waterkrachtcentrale wordt het gebied waar ze zijn opgegroeid onder water gezet.
Een ambtenaar uit Wosecun wijst naar de gebouwtjes het dichtst aan de oever en zegt dat negen huishoudens weg moeten. “Zij begrijpen ook wel dat hier blijven gevaarlijk is”, verklaart ze. Waar mensen dan heen moeten en hoeveel compensatie ze krijgen, weet ze nog niet: “Dat moeten we nog nader verifiëren.”
De ngo Global Energy Monitor telt zeventien waterkrachtcentrales in de Jinsha. De Boluo-centrale moet ongeveer een miljoen huishoudens van stroom gaan voorzien. Voor China draagt het bij aan de klimaatambities en het doel om zo veel mogelijk energie zelf op te wekken.
Niet zo groen als gedacht
Zelfs in de geïsoleerde en zwaar gecontroleerde Tibetaanse gebieden breken soms protesten uit, zoals twee jaar geleden tegen de Gangtuo Dam. De Chinese overheid schuwde geweld niet om de opstand neer te slaan.
“De Tibetanen daar zien dammen als een bron van vervuiling”, zegt Tenzin Choekyi van Tibet Watch. Volgens de Tibetanen is het helemaal niet zo groen, als je de vervuilende bouw, de vernietiging van het ecosysteem en de hogere kans op overstromingen in dit aardbevingsgevoelige gebied meerekent.
China verhuist honderdduizenden Tibetanen van de graslanden of langs rivieren naar stedelijke opvanglocaties. Dat is beter voor hun eigen economische ontwikkeling, zegt China. Meerdere Tibetanen in zogeheten “armoedeverminderingsdorpen” vertelden de NOS dat de verhuizing geen vrije keuze was.
Armoede en frustratie
Aan de armoede is moeilijk te ontkomen voor de voormalige nomaden en herders, wiens ervaringen en vaardigheden slecht aansluiten bij de stedelijke economie. Teruggaan naar de graslanden gaat niet.
De frustratie zit diep bij de Tibetanen. Als ons gesprek met een vrouw van middelbare leeftijd in zo’n dorp in Garze wordt onderbroken door partijbonzen, roept ze hen toe: “De overheid kent alleen maar het onderdrukken van de normale mensen, maar geld geven, ho maar!” Ze sist erachteraan: “De overheid weet alleen hoe ze ons moeten bedriegen.”
In de zomer wonen jakherders op de graslanden van Tagong. Daar ligt ook de Jiajika-lithiummijn en een groot chemisch meer voor de zuivering. Deze lithiumsoort is relatief duur en vervuilend om te verwerken.
Leven naast lithiummijn
Een herder van in de 30 zet net zijn tent op. Kauwend op een stokje zegt hij: “De Chinezen weten het en zullen niet stoppen. We zeggen dat het slecht is voor onze gezondheid, maar ze luisteren niet.”
Ook Gabriel Lafitte, specialist in de biodiversiteit en economie van Tibet, verwacht grotere investeringen. Want naast elektrische auto’s “heb je de nieuwe aanjager van de lithiumvraag door de enorme AI-datacentra die de hele dag draaien”, zegt hij.











