NOS Nieuws••Aangepast
De wetgeving voor de verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zzp’ers en andere zelfstandigen is naar de Tweede Kamer gestuurd. Het kabinet gaat nog steeds uit van een maandpremie van maximaal 171 euro.
Een zelfstandige die arbeidsongeschikt raakt, krijgt via deze verzekering na twee jaar een uitkering ter hoogte van het minimumloon. Het gaat dus echt om een basisvoorziening, zegt minister van Werk en Participatie Aartsen. De eerste twee jaar ziekte moet een zzp’er het eigen spaargeld aanspreken.
Het is een verzekering voor zelfstandigen die zich niet kunnen verzekeren omdat ze in het verleden ziek zijn geweest, of omdat andere verzekeringen voor hen te duur zijn. De arbeidsongeschiktheid hoeft niet te zijn ontstaan op of door het werk.
“De dekking is beperkt omdat anders meteen de premie omhooggaat”, zegt Aartsen. Het blijft aan ondernemers zelf om meer voorzieningen te treffen als zij dat nodig vinden, zegt hij.
Ondernemers die zelf een goede arbeidsongeschiktheidsverzekering hebben, zzp’ers die ook als werknemer ergens in dienst zijn en directeur-grootaandeelhouders hoeven zich niet verplicht te verzekeren.
Al jaren over gesproken
Er wordt door de politiek al jaren gesproken over de verplichte zelfstandigenverzekering. In Nederland zijn in vergelijking met andere landen veel mensen als zzp’er aan het werk. Veel van hen zijn niet verzekerd en zijn afhankelijk van de bijstand als zij arbeidsongeschikt raken.
Dat vinden de meeste politiek partijen ongewenst, zonder dat zij het ondernemerschap willen ontmoedigen. Aartsen: “Je wilt af van de eeuwige discussie over zzp’ers, dus probeer je ook aan te pakken wat er negatief aan is.”
Kritiek
De Raad van State was in een advies van eind vorig jaar nogal negatief, omdat de uitvoering voor een groot deel bij het overbelaste UWV en de Belastingdienst terechtkomt. Het CPB zegt dat de basisdekking te weinig bescherming biedt. Ook belangenorganisatie ZZP Nederland is kritisch en denkt dat invoeringsjaar 2030 niet eens gehaald gaat worden.
Of de wet wordt ingevoerd is nu aan de Tweede en vervolgens Eerste Kamer.












