NOS Nieuws
Nederland moet zich meer mengen in de wereld van AI, maar we zullen altijd afhankelijk blijven van andere landen. Dat staat in de visie die staatssecretaris Aerdts van Digitale Economie en Soevereiniteit vandaag openbaar heeft gemaakt.
“Volledige onafhankelijkheid”, is volgens Aerdts niet het doel, omdat het niet realistisch is. “De grondstoffen, de chips, de software, dat kunnen we niet allemaal alleen doen als Nederland.”
Waar het kabinet op inzet is genoeg “kennis en capaciteit” om belangrijke technologie te kunnen blijven gebruiken en “zelf onze keuzes te kunnen blijven maken”. Het streven is daarbij dat Nederland niet afhankelijk is van “van één land, één bedrijf, één speler”.
Vooral Amerikaanse en Chinese bedrijven bepalen de razendsnelle ontwikkeling van AI. “Zij beschikken over het meeste geld, de grootste modellen en de meeste rekenkracht.” Maar het kabinet wil dat Nederland en Europa een been bijtrekken.
In de AI-visie staat het belang om zoveel mogelijk in EU-verband te doen of met andere “betrouwbare partners”. Daarbij noemt Aerdts onder meer Singapore, Zuid-Korea, Japan en Canada.
Het is voor het kabinet tegelijk duidelijk dat samenwerking met de Verenigde Staten en China onvermijdelijk is. Daarom wil het dat Nederland en de EU “werken aan stabiele en voorspelbare relaties” met die grootmachten.
Om mee te blijven doen, moet Nederland zelf nog meer inzetten op de industrie, stelt de D66-staatssecretaris. Ze heeft het daarbij onder meer over ASML en over andere bedrijven in de regio Eindhoven die bezig zijn met het ontwikkelen van AI-gestuurde robots.
Wat er vooral moet gebeuren, vindt Aerdts, is randvoorwaarden scheppen voor bedrijven hier om AI te ontwikkelen. Dat gaat dan bijvoorbeeld om het verbeteren van het investeringsklimaat en duidelijke wetten en regels.
Het kabinet trekt er overigens nauwelijks geld voor uit om dit allemaal kracht bij te zetten. Aerdts schrijft in haar visie over 120 miljoen euro voor een Europees AI-project. In AI gaan wereldwijd honderden miljarden om.
Binnen het kabinet wordt nog nagedacht over “ruimte voor rekenkracht”, oftewel het bouwen van datacenters. Die zijn nodig om AI, dat veel rekenkracht nodig heeft, mogelijk te maken.
Maar de aanleg ervan ligt gevoelig, omdat datacenters veel water en stroom gebruiken. En beide zijn niet oneindig beschikbaar in Nederland. Het nadenken hierover is dus nog niet klaar; begin volgend jaar wil Aerdts meer duidelijkheid hebben over “AI-infrastructuur”.

