NOS Nieuws
Het kabinet wil strengere eisen voor de inzet van arbeidsmigranten van buiten de Europese Unie die via een andere EU-lidstaat in Nederland worden gedetacheerd. Volgens minister Vijlbrief (Sociale Zaken, D66) wordt er steeds meer gebruikgemaakt van die “sluiproute” en is die bedoeld om Nederlandse regels te omzeilen.
Wie in een EU-land wil werken, heeft daarvoor een werk- en verblijfsvergunning nodig. Nederland is daar vergeleken met andere landen vrij streng in, waardoor personeel via een andere route naar Nederland wordt gehaald. Iemand uit Wit-Rusland wordt dan bijvoorbeeld door een bedrijf uit Polen ingezet voor een klus in Nederland.
In 2021 werden er 18.000 van zulke gedetacheerde derdelanders geregistreerd, in 2025 ruim 29.000. Het werkelijke aantal ligt vermoedelijk veel hoger.
Het kabinet wil voortaan dat derdelanders die via die route in Nederland gaan werken eerst drie maanden aan de slag gaan in het Europese land waar ze zijn binnengekomen, in het bovenstaande voorbeeld dus Polen. De Arbeidsinspectie gaat dat controleren.
Ook moet volgens de plannen de arbeidsmigrant in het land van aankomst een verblijfsvergunning hebben die langer geldig is dan het werk in Nederland duurt. Daardoor kan diegene weer terug als de klus in Nederland erop zit. De regels moeten op 1 juli 2027 ingaan.
Het kabinet-Schoof deed vorig jaar een voorzet om de sluiproute te beperken. Toenmalig minister Van Hijum (Sociale Zaken) zei daarover dat zijn opvolger waarschijnlijk de klus zou moeten afmaken.
Werkgevers die maling hebben aan de regels krijgen vanaf medio volgend jaar te maken met hogere boetes. Vanaf 1 juli gaan de boetes voor het overtreden van de arbeidswetten met zo’n 22 procent omhoog.
Een werkgever die zijn of haar werknemer minder betaalt dan het minimumloon moet nu bijvoorbeeld maximaal 10.000 euro boete betalen. Met de nieuwe regels wordt dat ongeveer 12.200 euro.
Minister Vijlbrief kwam de afgelopen maanden met meer plannen om misstanden rond arbeidsmigranten aan te pakken. Zo is het de bedoeling dat bedrijven vanaf 1 juli 2028 geen geld meer mogen inhouden op het minimumloon van de werknemers in ruil voor woningruimte.
Ook is het de bedoeling dat er dat jaar een verbod ingaat op het inhuren van uitzendkrachten in de vleessector. Vaak gaat het daarbij om arbeidsmigranten. De plannen van het kabinet worden volgende week donderdag besproken in een commissiedebat(opent in nieuw venster) met Tweede Kamerleden en minister Vijlbrief.

