NOS Nieuws•
-
Bente Jaeger
redacteur Economie
-
Bente Jaeger
redacteur Economie
Een klimwand, schminkhoek of arcadehal: het is waarschijnlijk niet het eerste wat je verwacht als je uit eten gaat. Toch wordt er in horecazaken regelmatig ruimte vrijgemaakt voor dit soort uitgebreide speelhoeken.
Bij Pannenkoekenhuis Voorst begon dat klein, met een zaaltje waar kinderen oudhollandse spelletjes konden doen terwijl hun ouders zaten te eten. Nu, ruim dertig jaar later, zijn er botsauto’s, een rodelbaan en een springkasteel. “Daarmee onderscheiden we ons van al die andere pannenkoekenhuizen waar alleen een wipwap of een schommel is”, zegt eigenaar Bert van Welsem. “Mensen rijden ervoor om.”
Het is onduidelijk hoeveel van dit soort kindvriendelijke horeca er precies is in Nederland. Koninklijke Horeca Nederland houdt er geen cijfers over bij. “Maar we zien wel dat het aantal pannenkoekenrestaurants al jaren stabiel is. Mensen met kinderen weten die plekken goed te vinden.”
Dat herkent Goof Lukken, vrijetijdsdeskundige aan de Breda University of Applied Sciences. “Vooral buiten de stad zijn er al jaren restaurants die entertainment aanbieden voor kinderen, om zo klanten te trekken.”
In de stad is er volgens Lukken minder van dit soort horeca. “Voor een springkasteel heb je ruimte nodig en die ruimte is er daar niet altijd.” Toch ziet hij dat ook ondernemers in de stad zich steeds vaker op kinderen richten. “Maar wel in aangepaste vorm. Het is wat kleinschaliger en er worden allerlei dingen omheen bedacht om het rendabel te houden.”
Voor jong en oud
In Utrecht bouwden de zussen Marleen en Carlijn Vos begin dit jaar een voormalig bruin café om tot een kindvriendelijk restaurant. “We hebben zelf kinderen en merkten dat je in gewone restaurants soms wat moeilijk wordt aangekeken als je met je kind binnenkomt. Het alternatief is een massaal indoor speelparadijs, maar daar zit je als ouder niet altijd op te wachten. Er zat eigenlijk niets tussenin.”
Dus besloten ze zelf een zaak te openen. Ze verdeelden het pand in twee delen: aan de achterkant is het speelgedeelte met speelhuisjes, een klimwand en een boomhut. “Daar maakt het niks uit als je kind een keer huilt, schreeuwt of rent”, zegt Carlijn Vos.
Aan de voorkant, afgescheiden door een geluidsdichte wand, is het restaurantgedeelte. “Daar kun je bijvoorbeeld terecht om te dineren of te flexwerken. Er is ruimte voor iedereen, met of zonder kind.”
Een slimme zet, zegt vrijetijdsdeskundige Lukken. “Op die manier trek je de hele dag door mensen. In de ochtend en de namiddag vooral ouders die hun kinderen naar school brengen of ophalen, daartussendoor de gewone horecagasten.”
Alleen een kleurplaat of een glijbaan is niet meer genoeg om kinderen achter hun schermpjes vandaan te krijgen.
Volgens Jos Klerx, horecaspecialist bij de Rabobank, richten ondernemers zich op kinderen omdat zij meestal de locatie kiezen als ze mee uit eten gaan. “Denk bijvoorbeeld aan McDonald’s. Dat is al jaren een hit omdat kinderen een cadeautje bij hun eten krijgen en buiten van de glijbaan kunnen. Als kinderen het naar hun zin hebben, zitten ouders of grootouders vaak ook wat relaxter te eten en komen ze een volgende keer terug.”
Wel ligt de lat voor vermaak de laatste jaren steeds hoger. “Alleen een kleurplaat of een glijbaan is niet meer genoeg om kinderen achter hun schermpjes vandaan te krijgen”, zegt Lukken. “Daarom zien we bij steeds meer horecazaken aparte ruimtes, vol met entertainment.”
Speeltoeslag
Buiten de steden is er meestal voldoende ruimte voor attracties of speelautomaten, maar in de stad blijft dat een puzzel. “De panden zijn daar kleiner, waardoor speelruimte ten koste gaat van een extra tafeltje”, zegt Lukken.
Bij sommige kindvriendelijke horecazaken proberen ze die misgelopen omzet op te vangen door een speeltoeslag te rekenen. Marleen en Carlijn Vos in Utrecht doen dat voorlopig niet. “We merken dat ouders juist langer blijven hangen en meer bestellen als hun kind ondertussen kan spelen. En ze komen regelmatig terug zonder kinderen. Dat levert voor nu voldoende inkomsten op.”
Of ze het net zolang volhouden als de pannenkoekenhuizen buiten de stad, blijft afwachten. “De zomermaanden worden spannend, want we hebben vooral speelruimte binnen”, zegt Carlijn Vos.
In Voorst hebben ze die zorgen niet. “Er is hier ruimte zat”, zegt Van Welsem, terwijl hij naar de velden achter hem gebaart. “Wij hopen vooral dat ook mensen uit de stad voor ons blijven omrijden.”












