NOS Nieuws
Amateurvoetbal in een stad als Den Haag kan bijzonder ontspannend zijn, maar ook een bron van irritatie, scheldpartijen en zelfs geweld. Sommige teams hebben daar inmiddels dusdanig genoeg van, dat ze eigen competities starten waarin ze alleen nog maar tegen gelijkgestemden spelen.
Ook de veteranen van het Haagse Quick vinden het op zondag lang niet altijd meer gezellig. Zij herkennen zich in de stelling dat er in zo’n zeven op de tien uitwedstrijden wel iets vervelends gebeurt. Soms blijft het niet bij woordenwisselingen, maar vallen er zelfs klappen en worden er wedstrijden gestaakt.
Sommige spelers zijn dan ook gevoelig voor de uitnodigingen om ook aan een aparte, afgeschermde competitie mee te doen. Drie of vier van hen zijn al daadwerkelijk gestopt. Maar de meerderheid wil niet opgeven en blijft investeren in de bestaande competitie, waarin verschillende groepen elkaar treffen. “Al is het soms een behoorlijke uitdaging”, verzucht aanvoerder Freek van Duuren.
‘Advocatenclub’
Een zekere spanning was er in het iets verdere verleden soms ook al als clubs uit heel verschillende delen van Den Haag tegen elkaar speelden. Een vereniging als Quick, waar je ’s zomers ook cricket kunt spelen, werd door clubs uit volkswijken als Spoorwijk beschouwd als “advocatencluppie”.
Anno 2026 leven groepen met verschillende achtergronden alleen nog maar meer gescheiden van elkaar.(opent in nieuw venster) Een van de weinige plekken in de stad waar de verschillende werelden elkaar tegenkomen, is in het weekend op het voetbalveld.
Voorzitter bewaakt wedstrijdverloop
Hét dieptepunt het afgelopen seizoen vonden de Quick-spelers die wedstrijd waarin de aanvoerder van de tegenpartij iemand onder spuugde. De speler die daar het slachtoffer van werd, wilde de eerstvolgende wedstrijd tegen hetzelfde team niet meer meedoen, net als een paar anderen.
Ploeggenoten hadden daar uiteraard alle begrip voor, maar uiteindelijk werd besloten de wedstrijd toch door te laten gaan. Dat gebeurde nadat Freek van Duuren uitgebreid had gesproken met de voorzitter van de club in kwestie. “Die staat er nadrukkelijk voor in dat de wedstrijd rustig en sportief verloopt”, meldde de aanvoerder daarover in de onderlinge groepsapp. “Hij is er ook voor en tijdens de wedstrijd zelf bij om dat te bewaken.”
Het werd in de praktijk nog steeds geen heel prettige ontmoeting (Van Duuren sprak in het verslag na afloop zelfs van “een middag om snel te vergeten”), maar het is wel een aanpak waar hij in gelooft. “Voor elke wedstrijd praat ik met alle spelers van beide teams, plus de scheidsrechter en de grensrechters. Het helpt, hoewel soms maar voor heel even. Want op het veld zie je alles terug wat er in de maatschappij speelt. In versterkte mate zelfs: voetbal is een uitlaatklep.”
‘Verandering heeft tijd nodig’
Het uitgebreide contact met tegenstanders is ook in lijn met de “Haagse Norm” waar zeventien Haagse clubs voor hebben getekend. Een convenant waarin zij onder meer beloven tegenstanders hartelijk te ontvangen op hun terrein en te zorgen voor waarnemers tijdens wedstrijden die erop toezien dat alles sportief verloopt. Quick is een van de ondertekenaars.
“De meesten van ons geloven in doorzetten en vertrouwen erop dat het beter wordt”, vertelt Van Duuren. Omdat voetbal een prachtige sport is, maar ook omdat alle veranderingen nu eenmaal tijd nodig hebben. Het is een kwestie van wederzijds begrip opbouwen. Misschien moeten hier zelfs wel een paar generaties overheen gaan.”
Succes is echter niet verzekerd, waarschuwt Van Duuren. “Wat dreigt als het zo nog even doorgaat, is dat er straks zoveel teamgenoten zijn afgehaakt, dat wij als veteranen van Quick sowieso geen volwaardig elftal meer op de been kunnen krijgen. Dat is echt een reëel risico. En dan hebben we met z’n allen pas écht een probleem natuurlijk.”

