NOS Nieuws•
Hamza L., die op 1 februari vorig jaar in Nieuwegein de 11-jarige Sohani doodstak, kreeg in het jaar daarvoor onvoldoende zorg en begeleiding. Dat concluderen de Inspectie Justitie en Veiligheid (Inspectie JenV) en Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ). De aanpak was in het geval van L., die geldt als een ‘risicovolle patiënt’, op meerdere punten ontoereikend.
Het meisje speelde op straat met andere kinderen toen L. (29) haar vanuit het niets neerstak. Ze overleed ter plekke. L. werd kort daarna opgepakt in de buurt. Het incident had grote impact en riep vragen op over de manier waarop mensen zoals hij, met ernstige psychische stoornissen, worden begeleid.
De organisaties die bij zijn begeleiding betrokken waren deden hun best, maar afspraken werden niet altijd nageleefd en de aanpak paste ook niet altijd bij de omstandigheden en veiligheidsrisico’s, stellen de inspecties vast. De kwaliteit van de zorg was niet goed genoeg en de organisaties waren op sommige momenten niet alert genoeg als er een gevaarlijke situatie dreigde.
Noodoplossing
Op andere momenten ontbrak cruciale informatie over L. bij de instanties. Verder was er te weinig aandacht voor de rol van zijn familie, waar hij woonde sinds mei 2024. Als hulpverleners afwezig waren, was er niet altijd goede vervanging.
Een zogenoemd ‘levensloopteam’ slaagde er niet in een passende plek voor L. te vinden nadat hij in de Haagse instelling waar hij zat bij herhaling de huisregels had overtreden. Zo gebruikte hij cannabis en cocaïne. L. kwam op straat te staan en zocht onderdak bij zijn familie in Nieuwegein. In samenspraak met het levensloopteam mocht hij daar blijven, maar dat was wel een noodoplossing.
De inspecties hebben van de familie gehoord dat zij niet wisten waarvoor L. was veroordeeld. Doordat het niet lukte om hem een passende plek in de forensische zorg te geven, terwijl zijn familie wilde dat hij weg zou gaan, ontstond bij hem veel stress. Daardoor viel hij terug in zijn drugsgebruik, ging gokken en verdween uit beeld bij de zorg.
Hoewel de instanties onderkenden dat hij risicovol gedrag vertoonde, werd zijn toestand niet ingeschat als een crisissituatie. De toenemende spanningen die de familie wel zag, werden niet gesignaleerd door de zorg.
Lange wachttijden
De dag voor de dodelijke steekpartij en die dag zelf kwam L. al in aanraking met de politie vanwege verward gedrag en omdat hij een vrouw had mishandeld in een winkelcentrum. Maar agenten stelden ter plekke geen strafbare feiten vast en ze lieten na om een systeem te raadplegen dat sinds kort voor mensen als L. wordt gebruikt.
Daardoor ging aan hen voorbij dat hij een zogeheten ‘levensloopaanpak’ had. Ook werd hun melding door afwezigheid en waarneming bij de politie niet doorgegeven aan de overige betrokken bij het levensloopteam. Enkele uren na zijn staandehouding stak L. het 11-jarige meisje dood.
Achteraf verklaarde hij dat hij wanen had en “demonen zag”. In februari dit jaar is hij veroordeeld tot tbs met dwangverpleging. Hij heeft geen celstraf gekregen, omdat hij volgens de rechter een psychose had en volledig ontoerekeningsvatbaar was. De kans op herhaling als hij weer vrij zou komen wordt door deskundigen ingeschat als zeer groot.
De inspecties wijzen er wel op dat er ook zaken meespelen waar de betrokken zorgverleners en instanties weinig aan kunnen doen, zoals de lange wachttijden voor een geschikte woonplek met forensische zorg, de toenemende vraag naar geestelijke gezondheidszorg en een toenemend aantal meldingen over mensen met verward gedrag. De inspecties hebben in een eerder rapport de politiek al opgeroepen om dit soort problemen op te lossen.











