NOS Nieuws
Duizenden mensen stonden voor de etalages van radiowinkels of keken in een café, en de koninklijke familie keek op paleis Soestdijk: de eerste tv-uitzending in Nederland is vandaag 75 jaar geleden.
Er waren in 1951 nog maar zo’n 500 tv-toestellen in het land en de invloed die het medium zou hebben was nog niet in te schatten. De radio, daar gebeurde het.
Anderhalf uur duurde die eerste uitzending. Alles was live vanuit de studio in Bussum, want er was nog geen opnameapparatuur. De gasten zaten in de studio en werden aangekondigd door omroepster Jeanne Roos. De acteurs van het toneelstuk De Toverspiegel dat die avond werd uitgezonden, traden live op voor de camera.
Bekijk hier een terugblik die we eerder maakten:
De eerste tv-toestellen kostten 785 gulden, wat een derde van een gemiddeld jaarinkomen was. De ontvangst was nog niet overal even goed. Daardoor liet de groei van het medium een paar jaar op zich wachten.
De politiek was terughoudend geweest met de introductie van de televisie. Het kabinet-Drees was bezig met de wederopbouw van Nederland en hield de lonen laag. De premier vond dat er huizen moesten komen en geen luxeartikelen. Tv-toestellen waren duur en hij was bang dat tv de mensen zou afleiden van het werk en zou leiden tot een “verdorven jeugd”.
Ook de radio-omroepbazen verzetten zich aanvankelijk, zoals pater Kors, voorzitter van de NTS en de KRO. Toen hij het medium tv lanceerde, liet hij meteen merken dat hij er eigenlijk een tegenstander van was. In die eerste uitzending waarschuwde hij voor de mogelijk verderfelijke invloed die televisie kon hebben. Hij beschouwde het als amusement en zag dat als “een aantasting van de goede zeden en oppervlakkigheid”.
Philips had de opmars in de VS aanschouwd en was vastbesloten een grote producent te worden. President-directeur Otten dreigde dat Philips te gronde zou gaan als Nederland geen televisie zou krijgen en dat Philips het wel zelf zou opzetten. Pas toen ging de regering overstag.
Staatssecretaris Cals van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen zei in zijn openingswoord van de eerste uitzending dat het nog te bezien was of “deze verworvenheid” wel een goed idee was. Er werd dan ook besloten tot een experiment van twee jaar.
Zo kwam het dat Nederland jaren achterliep op het Verenigd Koninkrijk, waar de BBC Television Service al sinds 1936 uitzond, en de Verenigde Staten, waar na de Tweede Wereldoorlog een explosieve groei te zien was. Denemarken begon een dag eerder met uitzenden dan Nederland, West-Duitsland was een jaar later.
In 1958 waren er zo’n 250.000 toestellen in Nederland. In de jaren 60 kwam de grote doorbraak en in 1962 werd de zendtijd uitgebreid naar 30 uur per week. In 1964 kwam Nederland 2 erbij en in 1988 het derde net.
Mediahistoricus Huub Wijfjes zegt dat tv in het begin niets anders was dan een kopie van bestaande vormen. “Toneel, film, radio, poppenspel. Het kon ook alleen maar live of op film en daarbij duurde de montage lang.”
Maar de invloed was groot. Tv is vanaf het begin bepalend geweest voor trends, zegt Wijfjes. “Mode, auto’s, de inrichting van je huis, vakanties, het is een voortdurende wisselwerking tussen creëren en weerspiegelen. Tv probeert altijd om voorop te lopen. Dat is een constante factor.”
“Tv nam een dominante positie in en had zijn hoogtepunt in de jaren 60, 70 en 80. Het medium verdrong de radio”, aldus Wijfjes. “Nieuwe vormen, met ongehoorde kijkcijfers van 7 à 8 miljoen. Programma’s hadden een veel grotere impact dan nu, omdat iedereen hetzelfde zag.”
“En het is nog steeds het dominante medium in onze samenleving”, zegt hij. “De kracht van beeld is onnavolgbaar.”













