NOS Nieuws•
-
Sophie Moerland
redacteur Binnenland
-
Sophie Moerland
redacteur Binnenland
De regio waar een kind opgroeit heeft invloed op het schoolniveau waar het terechtkomt. Het schooladvies van leerlingen in het noorden en oosten van het land wordt minder vaak naar boven bijgesteld dan in de Randstad. Dat blijkt uit het jaarlijkse rapport van de Inspectie van het Onderwijs.
In groep acht krijgen leerlingen een voorlopig schooladvies van de leerkracht. Vervolgens maken zij de doorstroomtoets. Als de toets beter is gemaakt dan verwacht moet het definitieve schooladvies naar boven worden bijgesteld, het zogeheten kansrijk adviseren.
In sterk verstedelijkte gebieden zoals de Randstad wordt vaker kansrijk geadviseerd dan in meer landelijke gebieden. Dat verschil in advisering wordt op de middelbare school niet vanzelf rechtgetrokken.
In het derde leerjaar blijken kinderen in het noorden en oosten van het land relatief vaak op het onderste niveau van hun dubbele schooladvies te zitten. Dat betekent dat leerlingen met een vmbo-tl/havo-toetsadvies in het noorden en oosten van het land na drie jaar vaker vmbo-tl doen en in de Randstad vaker havo.
Een ongemakkelijke constatering
Inspecteur-generaal van het onderwijs Alida Oppers noemt de regionale verschillen “een ongemakkelijke constatering waar we ons niet bij neer mogen leggen”. Hoewel het volgens haar geen pleidooi is voor ‘hoger is beter’ zouden de talenten van alle leerlingen maximaal benut moeten worden. Het zou niet uit mogen maken “waar je wieg staat of in welke regio je opgroeit”.
Hoe het kan dat die regionale verschillen er zijn heeft de onderwijsinspectie niet onderzocht. Wel zou de bereikbaarheid van onderwijsvoorzieningen een rol spelen. In sommige regio’s zijn de reisafstanden naar scholen groter.
Onderwijswetenschapper Anneke Timmermans deed onderzoek naar schooladviezen en weet dat scholen hun advies aanpassen aan de beschikbare onderwijsinstellingen in de omgeving. Het vermoeden is dat cultuur een belangrijke rol speelt.
“Wat we hier in de regio (Friesland, Groningen, Drenthe) zien is veel bewustzijn, maar ook een ‘doe maar gewoon dan doe je al gek genoeg’-mentaliteit. Scholen zijn vaker wat afwachtend in het bijstellen van het advies, ze laten het initiatief voor het bijstellen vaker aan de ouders over. Wat we nu zien is dat een kind in Amsterdam met een bepaalde score een ander schooladvies krijgt dan een kind in de Pekela’s, dat vind ik moeilijk te verantwoorden”, aldus Timmermans.
Armoede speelt rol
Linda van Zutphen is directeur op het Ubbo Emmius, een middelbare school in Stadskanaal. Voordat ze tien jaar geleden naar Stadskanaal kwam werkte ze in het basisonderwijs in Amsterdam Zuidoost.
“Veel ouders in Amsterdam willen dat hun kinderen naar havo of vwo gaan en vervolgens naar de universiteit. Hoewel je hier ook ouders hebt die pushen is de mindset anders. Vooral bij de praktischere richtingen zie ik dat ouders het ook belangrijk vinden dat hun kinderen van het leven kunnen genieten en wat eerder geld gaan verdienen om leuke dingen te doen”, aldus Van Zutphen.
Volgens haar speelt ook mee dat er meer armoede is in de regio. Scholen met een bepaalde onderwijsrichting zijn verder weg waardoor er verder gereisd moet worden dan in de Randstad. Niet iedereen heeft daar het geld voor.
Daarnaast wordt van sommige kinderen verwacht dat ze op een bepaald moment gaan bijdragen in het gezin. Hierdoor is het voor ouders aantrekkelijker wanneer er voor het vmbo gekozen wordt, kinderen kunnen dan eerder aan het werk.
Wegnemen van drempels
Volgens de onderwijsinspectie kunnen leerlingen waar getwijfeld wordt tussen vmbo-tl en havo baat hebben bij een brede brugklas. In deze klas zitten leerlingen met verschillende schooladviezen en wordt het selectiemoment uitgesteld.
Om de regionale verschillen te verkleinen moeten scholen en besturen zich volgens de inspectie bewust zijn van vooringenomenheid en regionale verschillen. Ook moeten ze nadenken over het wegnemen van drempels bij instroom en doorstroom.












